Geschiedenis

Oude interieur Kleine Kerk
Geschiedenis

Geschiedenis van de “Kleine Kerk”

De Protestantse gemeente in Veere houdt haar diensten in de Kleine Kerk, een kerkgebouw met een rijke geschiedenis.
De Kleine Kerk maakt deel uit van de Grote Kerk en is een zgn. hallenkerk. In tegenstelling tot wat men zou verwachten is de Grote Kerk later tegen de Kleine Kerk aangebouwd.
Op de plaats van de huidige Kleine Kerk bouwden de Veerenaren in de jaren 1332-1348 hun eerste kerk, die echter al spoedig te klein werd, zodat men een grotere kerk moest bouwen. Om toch de diensten te kunnen houden, werd deze nieuwe kerk, in de vorm van een kruisbasiliek, tegen de Kleine Kerk aangebouwd, zodat men later de tussenmuur kon wegbreken. De oude kerk deed daarna dienst als koor.

Toen Veere in 1572 de zijde van de Prins van Oranje koos en overging tot de protestantse eredienst werd dit -overbodig geworden- koor afgebroken en heeft men er een driebeukige hallenkerk voor in de plaats gebouwd die men de Kleine Kerk noemde.
In 1578 werd de Kleine Kerk afgestaan aan de Schotse kooplui om er hun erediensten te houden, maar omdat men geen predikant kon vinden, verhuurde men het gebouw als opslagplaats aan de grote Veerse reder Balthasar de Moucheron. Toen het handelshuis de Moucheron in 1604 failliet ging, kwam de Kleine kerk weer leeg te staan.
In 1613 werd de derde hal door een muur afgescheiden van de twee andere hallen en vanaf 1614 hebben de Schotten deze kleine ruimte als kerk gebruikt. De overige twee hallen werden in 1652 afgestaan aan de Waalse gemeente. De naam Kleine Kerk dateert overigens uit 1652 toen voor de middagdiensten van dit gebouw gebruik werd gemaakt.

Een brand in 1686 verwoestte een groot deel van zowel de Grote als de Kleine Kerk. Ondanks de grote schade kon men na twee jaar de Grote Kerk weer gebruiken terwijl de hallenkerk die geheel ingestort was, in 1699 weer was herbouwd.

De derde hal was van 1614 tot 1799 Schotse Kerk en hierna tot de afbraak in 1837 Lutherse Kerk.

Interessant is het gedenkteken dat in de kerk aanwezig is. Voor de Franse tijd stond het in de Grote Kerk op het graf van Johannes van Miggrode, de laatste pastoor en tegelijk de eerste predikant. Bij de brand van 1686 was zijn grafsteen in stukken gesprongen. Later heeft men een nieuw gedenkteken gemaakt met een stuk van de oude grafzerk erin verwerkt, dat men langs de oever van het Veerse Gat had gevonden. De top van de obelisk wordt gesierd door een rokend wierookvat. Iets lager twee palmtakken, symbool van de overwinning, een speer met hoed als zinnebeeld van de vrijheid. Daaronder het wapenschild van de familie van Miggrode met het onderschrift “Vivendo Migro” (terwijl ik leef verhuis ik).
Onder aan de naald een doodshoofd met twee beenderen en een bijbel om deze predikant te eren als vechter voor de vrijheid van het geloof.
In het voetstuk zien we het fragment van zijn grafzerk met een inscriptie.
Het monument is vervaardigd van zwart gepolijste blauwe arduinstee, versierd met wit albast en marmer.

Het orgel

Het orgel dat de kerk rijk is, heeft men in 1928 aangekocht van de Gereformeerde Kerk (de Noorderkerk) aan de Bogardstraat te Middelburg. Voor die tijd heeft men het zonder orgel moeten stellen. Deze Gereformeerde gemeente had op zijn beurt het instrument weer gekocht van de R.K. parochie te Sassenheim.

Het orgel is gebouwd in 1855 in opdracht van de parochie te Sassenheim door de Utrechtse orgelmaker Henricus Dominicus Lindsen. In 1890 werd het door de fa. Adema in de kerk te Middelburg geplaatst. Met de overplaatsing naar Veere heeft het enkele kleine wijzigingen ondergaan.


 

terug